2-jarige opleiding transculturele systeemtherapie

Aan het einde van de opleiding beschikken de kandidaten over de onderstaande competenties:

  • Het gehele transactionele veld waarin mensen zich bevinden, kunnen betrekken bij de informatieverzameling, de hypothesevorming en de behandeling.
  • Maken en gebruiken van genogrammen.
  • Hypotheses kunnen formuleren
  • Kunnen denken in triades.
  • Circulair vragen kunnen stellen.
  • Een individueel probleem (D.S.M. IV) kunnen om zetten in een interactioneel/systemisch probleem.
  • Behandelplan kunnen opstellen met daarin planning en uitvoering van interventies.
  • Kunnen invoegen in systemen bij gebruik van een andere dan de moedertaal.
  • Als therapeut met meerdere mensen in een kamer kunnen zitten; kunnen omgaan met meervoudige partijdigheid en kunnen reflecteren op de eigen gevoelens in die situatie.
  • Zich bewust zijn van de ingewikkeldheid van taal en het kunnen hanteren van vaardigheden ter bevordering van de (non) verbale communicatie.
  • Kunnen verstaan van non-verbale communicatie.
  • Kennis hebben van de eigen etniciteit en culturele bagage en de invloed daarvan op het hulpverleningsproces; het kunnen ontrafelen van etnocentrisme.
  • Herkennen van eigen valkuilen in de interculturele communicatie en vaardigheden bezitten om onderdrukkingspatronen te doorbreken.
  • Op betrekkingsniveau kunnen denken en handelen.
  • Gebruik maken van antropologische toevoegingen waardoor men in staat is om verschillende opvattingen over ziekte en problemen te onderscheiden.
  • Kennis hebben van dimensies waarin culturen van elkaar verschillen en diversiteit willen zien als basisvoorwaarde van het leven.
  • In staat zijn verschillende cultureel bepaalde opvattingen en belevingen van ziekten en problemen te onderkennen en in staat zijn daar adequaat mee om te gaan.
  • Kennis en vaardigheden bezitten om de gevolgen van (gedwongen)migratie een plek te geven in de zorg.
  • Bewust zijn van de invloed van de dominante normen en waarden en de kwetsbaarheid van de cliënt daarin en vaardigheden bezitten om deze onderdrukkingspatronen te helpen doorbreken.
  • Religieuze en spirituele aspecten kunnen herkennen en hanteren, zonder zich op het gebied van een geestelijke te begeven, noch de eigen grenzen te overschrijden.
  • In staat zijn van perspectief te wisselen.
  • Het kunnen creëren van een transitionele ruimte waarin mensen zich veilig voelen om veranderingen toe te laten.
  • Een historisch besef bezitten.